• Arlieke

De vloek van wanhoop


‘Is het veilig?’ Nati keek naar het hoge gebouw.

Ephrun grinnikte. ‘Heel veilig. Zie je dat?’ Hij wees naar de hoek van het gebouw.

Nati volgde zijn vinger. Ze knipperde om er zeker van te zijn dat wat ze zag echt was. In het licht van de lantaarns leek het alsof het hele gebouw trilde. ‘Wat is dat?’

‘Energievelden die het gebouw ondersteunen. In het juiste licht zijn ze zichtbaar.’ Ephrun bekeek Nati. ‘Voor ons in ieder geval en blijkbaar ook voor jou.’ Hij legde een hand op haar schouder. ‘Kom.’

Nati liep met hem mee naar binnen. Ze keek rond in de hal. De manier waarop het licht van de plafonnières werd weerkaatst in de grote ramen gaf het gevoel alsof er magie in de lucht hing. Dit gebouw was heel anders dan de betonnen blokken waar ze aan gewend was.

‘Je zult zien dat het hier morgenochtend een stuk drukker is,’ vertelde Ephrun. ‘Als iedereen weer wakker is.’

‘Wonen hier mensen?’ Ze had verwacht dat een gebouw dat zo mooi was een andere bestemming zou hebben. Iets van de overheid wellicht.

In het magische licht zag ze Ephrun glimlachen. ‘Een paar. Er wonen hier voornamelijk dochleas, of zoals jij ons noemt: aliens.’

‘Dochleas,’ herhaalde Nati. Ze hoopte dat ze dat kon onthouden. Ze was tenslotte voor de helft dochlea. ‘Ik dacht dat contact tussen mensen en aliens verboden was?’

‘Dat is een regel die bepaald is door mensen. Ik weet wat jullie verteld is, maar het was nooit onze bedoeling om de Aarde over te nemen. Na generaties in de ruimte hadden we de hoop vredig te kunnen samenleven.’ Hij viel stil.

Nati vroeg zich af of hij zich iets kon herinneren van de strijd. Aliens werden drie keer zo oud als mensen, dus het zou kunnen dat hij de eerste oorlog had meegemaakt. De oorlog waarin zoveel mensen en aliens om het leven waren gekomen. Nati snoof. Ze kende alleen de verhalen van de mensen, maar volgens haar waren er aan beide kanten fouten gemaakt. Fouten waar zij al haar hele leven voor moest betalen.

Ephrun schudde zacht zijn hoofd. ‘Dat is nu niet belangrijk.’ Hij haalde een sleutel uit zijn zak en overhandigde die. ‘Welkom thuis.’

Nati staarde naar de sleutel in haar hand. Langzaam drongen de woorden tot haar door. ‘Thuis? Ik mag híer wonen?’ Ze keek nog een keer om zich heen. Dit was veel beter dan het weeshuis waar ze was opgegroeid.

‘Wat dacht je dan? Dat we je op straat zouden laten leven?’ Hij knipoogde. ‘Kom, ik zal je je plekje laten zien.’

Nati borg de sleutel op en volgde Ephrun door de ontvangsthal. Hun stappen op de stenen tegels weerklonken door de open ruimte. Ephrun drukte op een knopje op de muur. Een deur opende met een ping en onthulde een vierkante ruimte.

‘Is dit helemaal voor mij alleen?’ Nati stapte vol bewondering naar binnen. Het was misschien niet heel groot, maar dat maakte haar niet uit. Het was al zoveel beter dan het leven dat ze was ontvlucht. Ze draaide zich terug naar Ephrun om hem te bedanken en zag dat hij haar verward aankeek. ‘Oh, sorry,’ sputterde ze snel. ‘Het was niet mijn bedoeling om aan te nemen dat…’

‘Dit is een lift,’ onderbrak hij haar. ‘Heb je nog nooit een lift gezien?’

Nati voelde haar gezicht warm worden terwijl het bloed naar haar wangen stroomde. Ze hield haar handen ervoor om de blauwe kleur te verbergen. ‘S-sorry…’ Natuurlijk wist ze wat een lift was, ze had er gewoon nog nooit één gezien.

Hij schudde zacht zijn hoofd. ‘Het is niet jouw schuld.’ Hij kwam naast haar staan en drukte weer op een knop. De deuren schoven dicht en de lift kwam in beweging.

Nu pas viel het Nati op dat er een nummer boven de deur stond. Ze staarde ernaar terwijl het veranderde. 0…1…2… ‘Hoe hoog gaan we?’

‘De vijfde verdieping.’

Ze slikte. Dat is wel heel hoog. 3…4… Er klonk opnieuw een zachte ping toen het nummer in een vijf veranderde. De lift opende in een gang met grote ramen, waarachter de stad zichtbaar was. Nati zakte bijna door haar knieën. Ze deed vlug een stap naar achteren en drukte zich tegen de wand van de lift. Ze schudde haar hoofd. Te hoog. Veel te hoog.

Ephrun stak een hand naar haar uit. ‘Het is veilig, vertrouw me.’

Een zachte ‘ha’ ontsnapte aan haar lippen. Vertrouwen, dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ze was niet anders gewend dan dat mensen haar weg wilden hebben. Of erger, haar dood wilden hebben. Ze kon in haar hoofd nog de neerbuigende en afkeurende toon van de directrice horen: ‘Je moeder is dood en de wereld is beter af zonder die verraadster. Net zoals het beter af zou zijn zonder een gedrocht als jij.’

Een gedrocht… Een monster… Afgrijselijk… Het waren woorden die Nati te vaak had gehoord in haar leven. Alsof zij er iets aan kon doen dat haar vader geen mens was geweest. Of aan het feit dat er zoveel mensenlevens verloren waren gegaan.

‘Nati?’

Ze schrok op uit haar gedachte. Ephrun had nog altijd zijn hand uitgestoken. Hij knikte haar bemoedigend toe. Nati haalde een keer diep adem en pakte zijn hand vast. Hij begeleidde haar de gang in en bleef bewust tussen haar en de ramen lopen. ‘Kijk naar de vloer,’ fluisterde hij. ‘Dan is het niet zo erg.’

Ze stopten bij een groene deur. Op de muur ernaast hing een bordje met ‘56’ erop. Nati haalde de sleutel tevoorschijn en haalde de deur van het slot. Met één hand duwde ze hem open.

Ze wist niet wat ze had verwacht, maar dit was het niet. . Verwonderd liep ze naar binnen. Het appartement was al gemeubileerd. Ze zag een keuken met een eettafel en een woonkamer met een bank en een fauteuil. In de muur tegenover de deur zaten dezelfde grote ramen als in de gang, al hingen hier gelukkig gordijnen. Er waren zelfs twee deuren die naar andere ruimtes leiden.

‘De slaapkamer en de badkamer,’ vertelde Ephrun toen hij haar zag kijken.

Nati wist niet meer wat ze kon zeggen. Waarom is mijn moeder hier ooit weggegaan? Ze rende naar Ephrun toe en omhelsde hem. ‘Dank je.’

‘Graag gedaan, meis.’ Hij deed een stap naar achteren. ‘Ga lekker slapen. Ik kan me voorstellen dat je moe bent. Ik kom je morgenochtend halen, dan laat ik je de stad zien.’

Ze namen afscheid van elkaar en Eprhun verliet het appartement. Nati sloot de deur achter hem. Ze keek naar de ramen en zag dezelfde trilling in de lucht als ze buiten had gezien. Het energieveld, het beschermt me. Dat stelde haar gerust. Ze sloot de gordijnen en liep naar de slaapkamer.

Ook in de slaapkamer stonden al meubels. Een bed en een kledingkast. Zou het? Nati opende de kast en schudde haar hoofd in ongeloof. Als mevrouw Johnson dit wist… Niet meer aan denken. Ze doorzocht de stapel en vond een groot shirt wat ze als pyjama kon gebruiken. Ze liet haar vieze kleding op de grond vallen en liep met haar nieuwe kleding naar de badkamer, die een tweede deur deelde met de slaapkamer.

De warmte van de douche spoelde de laatste zorgen, en modder, van haar af. Na weken op de zee te hebben gedobberd, voelde het fijn om weer een keer echt schoon te zijn.

Schoon en in nieuwe kleding liet ze zich uiteindelijk op het bed vallen. Dit was zoveel meer dan waar ze op had gehoopt.


Nati werd wakker toen de bel ging. Met een kreun kwam ze uit bed. Ze had graag nog wat langer blijven liggen, maar wilde Ephrun niet laten wachten. Ze liep ze naar de deur en opende hem. Een stroom van licht overviel haar en ze moest haar ogen dichtknijpen om ze te beschermen.

‘Sliep je nog?’ Nati kon de toon van verbazing in Ephruns stem horen.

‘Ik zei toch dat ik moe was.’

‘Dan heb je zeker ook nog niets gegeten?’ Hij wachtte niet op antwoord en vervolgde: ‘Waarom ga je je niet even opfrissen en omkleden? Dan maak ik ondertussen wat eten voor je klaar.’

Ze knikte en liep terug naar de slaapkamer. Ze koos een broek en een shirt die er comfortabel uitzagen. Na een korte douche trok ze ze aan, voordat ze zichzelf bewonderde in de spiegel. Ze wist zeker dat ze nog nooit zo gelukkig was geweest met hoe ze eruit zag.

Ze verwachtte Ephrun in de keuken te treffen, maar hij stond nog steeds op dezelfde plek. Hij staarde naar een scherm die hij in zijn handen hield. Nati wist meteen dat er iets mis was. Er hing een kilte in de lucht die er net nog niet was geweest.

‘Wat is er?’

Ephrun draaide zich om. Er liepen sporen over zijn wangen. Hij had gehuild. Hij zei niets. Hij hield alleen het scherm naar haar uit.

Nati overbrugde de afstand tussen hen en pakte het scherm aan. Er stond een tekst op in een taal die ze niet kon lezen, maar de video die afspeelde was voldoende om te begrijpen wat er stond. Ze zag een ingestort gebouw. Er kwam nog rook vanaf. Her en der waren branden te zien. Huilende, gillende dochleas. Wanhoop. Haar adem stokte. Haar hart brak bij het aanzicht op zoveel pijn en leed. Ze moest vechten tegen de tranen. Nati moest een paar keer slikken voordat ze zich sterk genoeg voelde om te praten. ‘Wat? Wat is er gebeurd?’

Ephrun balde zijn vuisten. ‘Mensen,’ antwoordde hij kortaf. Hij keek haar niet aan. ‘Jóuw soort heeft het energieveld van een medisch centrum opgeblazen.’

Zijn beschuldigende toon voelde als een mes in haar buik. ‘Ik heb hier niets mee te maken,’ stotterde ze geschrokken.

‘Kinderen. Medici. Zieken. Ze zeggen dat niemand het heeft overleefd.’

Nati keek terug naar het scherm. Ze wist precies wie dit gedaan hadden. Een groep mensen die na al die tijd nog steeds niet accepteren dat dit de nieuwe wereld was. Een terroristische groep die niet wilde opgeven. ‘Wat kan ik doen?’

Ephrun pakte het scherm terug. ‘Niets. Ik moet gaan.’ Hij klapte het scherm in en borg het op in zijn zak. Hij ontweek nog altijd haar blik terwijl hij naar de deur liep. Met een hand op de deurklink zuchtte hij. ‘Ik weet dat je er niets mee te maken hebt, maar als ik jou was zou ik binnenblijven. Je lijkt te veel op een mens. Dochleas zullen je nu niet accepteren.’

Nati voelde haar onderlip trillen. Dit kan niet waar zijn.

‘Ik zal kijken wanneer ik weer langs kan komen.’

Zodra hij uit zicht was haastte Nati zich naar de deur. Ze sloot hem. Ze draaide hem op slot. Dit is niet waar. Met tranen in haar ogen rende ze naar de spiegel in de badkamer. Ze keek in haar eigen gele ogen. Ze keek naar haar gezicht, dat niet volledig menselijk en niet volledig alien was. Ik ben niets. Met een klap van haar vuist brak ze de spiegel in stukken.

18 views0 comments

Recent Posts

See All